Spellen

De tweede hoofdregel van spelling betreft de vormovereenkomsten (morfologische principe) tussen woorden. Het heeft betrekking op de gelijkvormigheid of overeenkomst in de schrijfvorm. We proberen een woord zoveel mogelijk op dezelfde manier. We schrijven bloed met een /d/ omdat je ook bloeden en bloederig met een /d/ schrijft.

 

De derde hoofdregel betreft het principe van de historische ontwikkeling van het woord (etymologie). We schrijven /zei/ en /zij/ anders omdat die woorden in ouder Nederlands verschillend werden uitgesproken.

 

Daarnaast is de betekenis van het woord bepalend voor de schrijfwijze (peil of pijl) en de functie van het woord in de zin, die de schrijfwijze bepalen. En als laatste zijn er ook nog een aantal spellingregels van kracht.

 

Kortom spelling gaat niet altijd vanzelf!
In het spellingonderwijs is het niet de bedoeling dat er bij elk woord uitgebreid nagedacht moet worden. Het is erop gericht zo veel mogelijk hoogfrequente woorden te automatiseren. Dat wil zeggen dat de schrijfwijze als een beeld opgeslagen wordt in het geheugen.

 

Voor elk van bovengenoemd principes bestaat een voorkeursstrategie die bij de verschillende klassikale methoden ook gebruikt wordt:

 

Luisterwoorden: Spellend schrijven, lettergroepen schrijven.

Analogiewoorden: Naar analogie van een voorbeeldwoord.

Weetwoorden: Visueel inprenten van het woordbeeld.

Regelwoorden: Spellingsregel toepassen.

 

terug naar de pagina

IEBEL, Mossenmeent 28, 1218 AT Hilversum Tel: 035 6980610 of 0618367112, e-mail:Cora@iebel.nl

webdesign: Distinctive Identity Design